Ik had vanmorgen net mijn ogen open toen Carmen belde. Dit keer niet aan de deur maar mobiel. 

Carmen is een aantal weken geleden onverwacht verhuisd. Ik werd erdoor verrast toen ik terugkwam van vakantie en haar huis nagenoeg leeg aantrof. Alleen in de woonkamer stonden nog vijf koffers en een stoel. De rest was al overgebracht naar het nieuwe huis, bij Robert om de hoek. Hij had zomaar uit het niets een huis voor haar gekocht en van haar geëist dat ze bij hem op kantoor aan de slag zou gaan. Daar was genoeg te doen nu zijn secretaresse er met de boekhouder vandoor was. Het kan verkeren.
Met een huurachterstand van zes maanden en een nogal dubieus baantje (naar eigen zeggen deed ze de bedrijfsadministratie voor de broer van een vriendin, aan de rand van zijn bed, op een speciaal voor haar verbouwde zolderkamer), waarvan niemand precies wist wat het opbracht, moest ze het aanbod van Robert wel aannemen om niet voor de tweede keer met haar kinderen op straat gezet te worden.

“Hai, goedemorgen, met mij. Ben je al wakker?”
“Ja, tuurlijk , ik sta op het punt om de hond uit te laten,” loog ik.
“Oh, nou dan houd ik het kort maar ik moet echt even wat aan je kwijt, ik ben wanhopig. Max heeft stiekem gerookt…
Hallo?
Ben je er nog?”
“Ja ik ben er nog. Max heeft stiekem gerookt zei je.”
“Ik ben er kapot van. Wat moet ik nou?”
“Tja, lastig…”

Dat moet je mij niet vragen, dacht ik. Ik ‘rookte’ mijn eerste sigaret toen ik een jaar of vijf was. Samen met een vriendinnetje rolden we sjekkies van de goudomrande bladzijden uit de zakbijbel van haar moeder. Die propten we vol met gras, dan rollen, spuug ertussen, plakken en roken maar. Niet echt maar net alsof.
Met een jaar of tien rookte ik stiekem mijn eerste echte sigaret – Camel zonder filter – met mijn buurmeisje uit het raam van haar slaapkamer. En nog één en nog één. Binnen een uur hadden we er vijf op. Daarna moesten we naar paardrijles. Ik was kotsmisselijk en kwam niet verder dan een rondje stappen. Mijn buurmeisje reed dapper alle rondjes stap, draf en galop. Ik nam mezelf voor om nooit meer te roken.
Maar een paar jaar later, ik was dertien, kocht ik mijn eerste pakje sigaretten, ondanks het rookverbod van mijn ouders. En omdat verbieden niet hielp, gooide mijn moeder het over een andere boeg. Ze scheurde allerlei artikelen uit over de kwalijke gevolgen van roken en legde ze op mijn kussen. Ongelezen belandden deze wijze lessen in de prullenbak.
Ten einde raad toverde mijn moeder daarom op mijn veertiende verjaardag, in het bijzijn van vriendjes en vriendinnetjes, een pakje zware shag tevoorschijn en begon demonstratief een sjekkie te draaien.
Mijn “Mam! Doe normaal! Jij rookt helemaal niet!” maakte geen indruk.
“Jij toch ook niet?” antwoorde ze, terwijl haar brouwsel aanstak en vervolgens begon te roken dat het een lieve lust was.
De vriendjes en vriendinnetjes lagen plat van de lach en wilden ook zo’n moeder…

“Hallo?!”
“Ja, ja. Is Marjan (vriendin en huispsycholoog) er niet? Die is beter in dit soort dingen dan ik.”
“Nee, die is op familiebezoek in Engeland.”
“Okee, nou dan denk ik dat je het beste tegen Max kunt zeggen, dat als hij tot zijn achttiende niet rookt, hij zijn rijbewijs cadeau krijgt. Dat hoor ik om me heen vaak als tip van wijze ouders, misschien helpt het?”
“Ja bedankt, maar wat heb ik daar nou aan?! Max is tien en weet niet eens wat een rijbewijs is! Ik bel de opvoedlijn wel.”
“Ook goed.
Maar vertel nog even snel, hoe gaat het met de strip-opera?
Wordt het leuk?
Hallo?
Carmen?”

Wordt vervolgd

Door Anne-Rose Schwencke

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*