Ik zat net met een kop koffie de kranten door te bladeren, toen de bel ging. U raadt het al: Carmen. Ze kwam me een prettige vakantie en goede reis wensen. Of ik nog prijs stelde op een engelenspreuk, ik ging tenslotte naar de Verenigde Staten van Amerika en hoewel ik niet beschikte over een dubbele nationaliteit en ik ook niet afkomstig was uit één van de zeven landen waar een inreisverbod voor geldt, kon je toch maar nooit weten, aldus Carmen. Verder moest ze me ook nog wat vertellen, iets heel bijzonders. Terwijl ik de spreuk probeerde tot me te laten komen, dwaalden mijn gedachten af richting koffer. Carmen kletste rustig verder en ik haakte weer bij haar aan op het moment dat ze het had over een opera, omdat een politieke carrière er voor haar nu eenmaal niet inzat.

“Wist je dat je stapels met handtekeningen nodig hebt om als partij mee te mogen doen met de verkiezingen? Dat red ik nooit, ik heb twee stuks vrienden van vlees en bloed en een stuk of veertig draadloze op Facebook. Daar kom ik niet ver mee. En om nou met mijn engelen het hele land door te gaan, van deur tot deur, dat gaat me te ver. Ik heb bovendien op het moment geen auto ter beschikking. Robert kwam hem vorige week ophalen, te duur in het gebruik. Hij vond dat ik mezelf voortaan ook wel op een brommer kon vervoeren, een stuk goedkoper. Is hij helemaal hartstikke gek geworden! En Oscar zeker achterop? En zijn twee bloedeigen kinderen er lopend achteraan of zo? Dat vond hij ineens allemaal mijn probleem, ik kon toch ook gewoon met de bus? Geen haar op mijn hoofd! Ik ben de volgende dag meteen naar de garage gegaan om een nieuwe auto te kopen, op afbetaling. Nu rijden, volgend jaar betalen. Kan hem volgende week ophalen. Ik zie wel hoe ik het geld bij elkaar krijg, heb een jaar de tijd om daar over na te denken. Komt tijd komt raad zei mijn vader altijd. Bovendien doe ik nog steeds de boekhouding voor Frans, daar valt misschien ook nog wel wat te schuiven. Wist je trouwens dat je naast al die handtekeningen ook nog een berg geld nodig hebt voor het oprichten van een politieke partij? Al met al toch niks voor mij. Luister je eigenlijk nog wel?”
“Ja tuurlijk, geen politieke partij zei je.”
“En dat van die opera?”
“Ja, ben je daar geweest?”
“Waar?”
“Naar de opera?”
“Nee ik ben niet naar de opera geweest, ik ga een opera verfilmen, met stripfiguren, zoiets. Wordt heel leuk, ik zie het helemaal voor me.”
“Leuk, hoe kom je aan dat idee?”
“Ja, dat heb ik net allemaal zitten vertellen, zie je dat je niet zat te luisteren. Nou ja, hoe zal ik het zeggen? Ik heb een hele aardige man ontmoet en hij maakt films.”
“O, zo, en waar heb je die aardige man dan ontmoet?”
“Dat maakt verder niet uit. Hij maakt hele mooie, kunstzinnige films en het was mijn droom om ooit nog eens een opera te verfilmen. Dus ik heb hem gevraagd of hij me daarbij wil helpen.”
“Ik ben benieuwd! Wist niet dat je van film en opera hield. Om welke opera gaat het?”
“Eh, iets met Travieta.”
“La Traviata, mooie opera. Waarom niet Carmen eigenlijk?”
“Geen idee? Had ik graag gewild, is de favoriete opera van Robert, maar Marc had liever deze.”
“Marc?”
“Ja zo heet hij, die aardige man. Wááát, is het al weer zo laat! Oscar! Verdomme ik moet gaan. Fijne vakantie en tot later.”
“Bedankt en jij succes met de film! En met de juf van Oscar! En met..”

Carmen slaat de deur met een klap dicht en rent terug naar de overkant. Ik blijf achter, met een hoop vragen maar geen tijd om er verder over na te denken: koffertje pakken en wegwezen, lekker een weekje varen op muziek.

Wordt vervolgd

Door Anne-Rose Schwencke

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*